Epigram boek II. 12

Alabastron, kruikje waarin de oude Grieken hun parfum vaak bewaarden

In deze coronatijden laat ik het wat hangen wat persoonlijke hygiëne betreft. De vuiligheid kan mijn weerstand maar ten goede komen, denk ik dan. Want voor wie zou ik mijn haren nog wassen, mijn oksels proper en welriekend houden? Voor wie moeten mijn lippen verleidelijk rood zijn en mijn benen zo glad als pasgeboren kittens?
Trouwens, wie te allen tijde, zelfs in crisistijd, heerlijk geurt, heeft ongetwijfeld iets onwelvoeglijks te verbergen…

II. 12

Vreemd dat jouw kussen naar mirre ruiken
en dat je steeds parfum moet gebruiken.
Verdacht dat jij, Postumus, altijd een lekkere geur verspreidt,
alsof jij altijd braaf onkiese dingen mijdt.

Post Tagged with ,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *