Terug van weggeweest… (12.59)

Hoewel het aantal coronabesmettingen opnieuw de hoogte ingaat, is er van ‘social distancing’ al lang geen sprake meer. De anderhalve meter lijkt een begrip uit lang vervlogen tijden. De hete adem van een ongeduldige klant in de kassarij is weer schering en inslag. Ook op het vlak van begroetingen zijn de ongewenste aanrakingen weer volop […]

lees meer

Patronus begroeten (7.39)

Clienten waren Romeinen uit een lagere sociale klasse die – als het lot wat meezat – konden rekenen op financiële en juridische bijstand van een rijke Romein, die dan optrad als hun patronus. Maar uiteraard was het motto bij zo’n relatie: voor wat, hoort wat. Of in het Latijn: Quid pro quo. De cliens in […]

lees meer

Naevolus groet nooit als eerste (epigram 3.95)

Jij bent nooit, Naevolus, de eerste die groet.Je wacht altijd, totdat een ander dat doet.Dán pas kaats je een ‘hallo’ terug.Zelfs een raaf komt sneller met een groet over de brug.Je moet mij eens uitleggen, Naevolus, hoe dat komt,want ik snap er geen sikkepit van, verdomd!Je bent niet beter of van een hogere stand.Titus en […]

lees meer

Een pijpmuil kussen (11.95)

11.95 Een pijpmuil kussen is even proper geblekenals je hoofd, Flaccus, in een riolering te steken.

lees meer

Busy busy busy! (epigram 5.51)

In de manier waarop je iemand begroet, schemert veel van je persoonlijkheid door. Ben je een introvert die haast verontschuldigend de persoon toeknikt die je kent, of ben je een extravert en trek je zelfs wildvreemden tegen je gilet? Misschien ben je iemand – dat slag van mensen kan ik vaak minder goed verdragen – […]

lees meer

Onvergeeflijke fout! (epigram 6.88)

Een patronus werd bij de ochtendgroet graag met de nodige grandeur aangesproken, bij voorkeur met ‘regem’ (koning) en ‘dominum’ (heer). Vertikte je het als cliens om mee te gaan in die grootheidswaanzin, dan werd je daarvoor gestraft en kreeg je géén sportula, het Latijnse woord voor de gift van de patronus aan zijn cliënten. Dat […]

lees meer

Zonder heer en meester door het leven! (epigram 2.68)

Een arme Romein – de ‘cliens’ – kon soms rekenen op de steun en bescherming van een rijkere Romein – de ‘patronus’. Om gunsten of geld toebedeeld te krijgen trok de cliens op een ontieglijk vroeg uur naar het huis van zijn patronus om hem daar de ochtendgroet te brengen (Lat. salutatio). Hoe meer cliënten […]

lees meer

Geen kus voor Philaenis! (epigram 2,33)

2.33 Waarom ik jou geen kus geef? Je bent kaal, Philaenis.Waarom ik jou geen kus geef? Je hebt een rooie kop, Philaenis.Waarom ik jou geen kus geef? Je hebt maar één oog, Philaenis.Stop dus, Philaenis, met kussen af te smeken!Je kan evengoed vragen om een pik in m’n mond te steken! Noot bij de tekst: […]

lees meer

Praatzucht (epigram 2.67)

2.67 Overal, Postumus, waar jij me tegenkomt,hoor ik meteen je stem verdomd!“Alles goed?” is het eerste dat je vraagt.Elke keer opnieuw, onversaagd.Tien keer per uur, als het moet:‘Alles goed?’ ‘Alles goed?’Altijd maar datzelfde gekweel.Jij hebt duidelijk, Postumus, tijd te veel.

lees meer

Wie is Postumus? (epigram 2.23)

2.23 Ik zeg het niet! Ook al zitten jullie met z’n allen aan te dringen,om de ware identiteit van Postumus uit m’n strot te wringen:ik zeg het niet! Ik hoef die zoensels niet te beschimpen:hun wraak doet eenieder sowieso al in elkaar krimpen.

lees meer